Moeten we nóg meer groente en fruit eten?

We weten allemaal dat we dagelijks 2 ons groente en 2 stuks fruit moeten eten. Uit het Nationaal Kompas Volksgezondheid blijkt dat we er hier in Nederland lang niet aan komen. Sterker nog, we zijn de laatste 30 jaar alleen maar minder groente en fruit gaan eten. Ondertussen beweren Britse onderzoekers in het Journal of Epidemiology and Community Health dat we er nóg meer van moeten eten om de kans op kanker en hart- en vaatziekten te verlagen. Hoeveel groente en fruit moeten we nu eigenlijk eten om gezond te blijven?

Wat allereerst opmerkelijk is uit het onderzoek van de Britten, is dat de resultaten na correctie van sporten, roken, opleiding, etc. overeind bleven. Dit is vaak niet het geval en zegt ons dat groente- en fruitconsumptie op zich een belangrijke rol kan spelen. Uit het onderzoek blijkt dat mensen die meer dan 560 gram groente en fruit eten 14% minder kans hebben op kanker en 22% minder kans op hart- en vaatziekten. Het lijkt er op dat groente de grootste rol speelt en daarom richten we ons in dit artikel enkel op groente. In de volgende nieuwsbrief zullen we toelichten waarom fruit niet zo gezond is als men denkt.

We zijn in Nederland de laatste 30 jaar zo’n 50 gram minder groente gaan eten. Van ongeveer 150 naar 100 gram. Wat betekent dit voor onze gezondheid? Als we de Britten moeten geloven dan zorgt een groente-inname van 80-160 gram voor 15% minder kans op sterfte door kanker en 11% minder kans op sterfte door hart- en vaatziekten dan inname van 0-80 gram. Een inname van meer dan 240 gram zorgt voor 24% minder kans op sterfte door kanker en 22% minder kans op sterfte door hart- en vaatziekten dan 80-160 gram. Het lijkt er dus op dat het eten van meer groente zorgt voor minder kans op sterfte door welvaartsziekten.

Het is belangrijk om te beseffen dat er aan dergelijk voedingskundig onderzoek flink wat haken en ogen zitten, zogenoemde confounders. Er is in dit geval bijvoorbeeld niet geregistreerd of de proefpersonen al ziek waren en er is gewerkt met een vragenlijst die (onbewust) vaak niet waarheidsgetrouw wordt ingevuld. Dit zijn voorbeelden van aspecten waarvan we weten dat deze invloed hebben op de resultaten van het onderzoek, maar om praktische redenen niet zijn meegenomen. Er kunnen echter ook nog ontzettend veel aspecten een rol spelen waarvan we op dit moment niet weten dat deze van invloed zijn. Hierbij kun je denken aan allerlei factoren die zouden kunnen zorgen voor biochemische omzettingen in het lichaam. Bijvoorbeeld gezamenlijk eten of alleen, staand of zittend eten, het tijdstip van eten etc.

Toch voelen de resultaten van dit onderzoek op de een of andere manier juist. Als we er van uit gaan dat dit soort onderzoek ons nooit hard bewijs kan leveren, is er dan een andere manier om te weten te komen wat gezonde voeding is? Laten we het proberen te beredeneren op basis van wat we wel zeker weten en ons gezonde boerenverstand.

Groenten bestaan grofweg uit vezel, water en micronutriënten (vitamines, mineralen en andere plantennutriënten). Het bevat weinig energie, maar vult behoorlijk. Meer groente eten betekent dus 1) meer vezel binnenkrijgen, 2) meer micronutriënten binnenkrijgen en 3) minder plek voor andere maaltijdcomponenten. Dit komt overeen met resultaten uit veel wetenschappelijke onderzoeken. Vezels en micronutriënten zijn namelijk gezond en we moeten niet te veel koolhydraten, eiwit en vet binnenkrijgen. Hoeveel groente moeten we dus eten? Zoveel mogelijk.

Door