Trend in het broodsegment

Brood is lange tijd een hoofdbestanddeel geweest in Nederlandse huishoudens. Het is waarschijnlijk het belangrijkste voedsel dat generaties Nederlanders heeft helpen opgroeien. Mensen houden van brood om de smaak, het gemak en de veelzijdigheid. Een andere belangrijke drijfveer om te bepalen wat we eten is natuurlijk het gezondheidsgehalte van producten. Als kind hebben we geleerd dat er niets beter is dan een bruine boterham met kaas. Niet verrassend, omdat brood jarenlang de hoeksteen van de “Schijf van Vijf” is geweest. De “Schijf” is het belangrijkste voedingsadvies samengesteld door de semioverheidsinstelling verantwoordelijk voor het informeren van mensen over gezonde voeding, het Voedingscentrum.

De afgelopen jaren heeft het Voedingscentrum echter hun aanbevolen hoeveelheid brood gehalveerd. Dit gebeurde in het licht van het groeiende besef dat het eten van grote hoeveelheden graan niet thuishoort in gezonde menselijke voeding. Deze kanteling in de reputatie van brood heeft een groot effect gehad op de verkoop van brood in Nederland. Volgens een model dat het Nederlands Bakkerij Centrum (NBC) heeft ontwikkeld, daarbij gebruik makend van meerdere databronnen, is de verkoop van brood (in kg/jaar) gestaag afgenomen: bijna 17% in de afgelopen 6 jaar. Zoals in bijna elke sub sector in de voedingsindustrie, bemerken plaatselijke bakkers en speciaalzaken de snelste afname.

Des te interessanter is het dat verkoopinkomsten (in €/jaar) niet zo dramatisch in omvang zijn gedaald. Wanneer we een correctie toepassen voor inflatie en afnemend verkoopvolume, zien we dat de inkomsten in feite groeien. Data leert ons dat dit wordt veroorzaakt door het feit dat consumenten in toenemende mate kleiner speciaal brood verkiezen boven het eten van grote broden. Over het algemeen eten mensen minder brood, maar als we het eten, kiezen we steeds vaker kleinere porties van luxere varianten.

De EU heeft onlangs een driejarige marketingcampagne gefinancierd om de afname van broodconsumptie te stoppen, maar alle bewijzen tonen dat deze trend toch door zal zetten. De verwachting is dat vooral het grootverbruik van het standaard grote brood er onder zal lijden. Zoals altijd biedt dit mogelijkheden voor andere sectoren in de voedselindustrie om met een alternatief te komen. In het bijzonder producten als peulvruchten, noten, fruit en groenten zullen naar verwachting beter worden vertegenwoordigd op ons bord. Een oud Nederlands gezegde luidt: “De een z’n dood is de ander z’n brood”. Het zal mij benieuwen of het woord brood in dit gezegde de tand des tijds zal doorstaan.

Nick van Lanen